Dag 6
Op de zesde dag maakte God alle dieren die op het land leven, tamme en wilde dieren, grote en kleine.
God zag dat het goed en mooi was. Tenslotte zei God: “Nu gaan we mensen maken. De mensen moeten op mij lijken.
Ze zullen het voor het zeggen hebben op de aarde.Zij moeten zorgen voor de vogels en de vissen, en voor de dieren op het land”.
Toen maakte God de mens man en vrouw.En God keek naar alles wat hij gemaakt had.Het was heel goed en heel mooi.
Toen was de zesde dag voorbij.


In straattaal
De volgende dag maakte God alle dieren. Grote dieren en kleine dieren, dino’s en dagoes, tamme dieren en wilde dieren, reptiles en insecten, in alle kleuren en in alle soorten en maten. Master gewoon.
Maar het was nog niet klaar. Hierna maakte God het allerbeste. Hij zei: “Laten we mensen maken die op ons lijken.
Zij moeten goed voor deze wereld zorgen. Zij zijn de baas.” God maakte de mens, van vlees en bloed en bones. Alles erop en eraan. Man en vrouw.
Hij gaf ze een blessing en zei: “Zorg omin goed voor deze wereld. Het is een cadeau. Maar jullie zijn verantwoordelijk, je weet zelf.
Maak baby’s, zodat deze wereld vol wordt van leven en gelach. Chill en geniet van alles wat Ik gemaakt heb.
Eet lekker van alles wat de aarde jullie geeft: fruit en groenten, rijst en cassave en batata’s.” God keek naar alles en zag dat het kapot goed was.
Toen werd het avond. De zesde dag was voorbij.
naar de 7e dag